Personal Storytelling

Tas vertelt: Tobías

20 aug 2015 Geplaatst door storytelling Geen reacties

Naast Marketing en Communicatie is TaS ook gepassioneerd storyteller. Daarom helpen wij mensen die graag hun levensverhaal willen nalaten (personal storytelling). Soms lichtvoetig en vrolijk, soms zwaar en intens verdrietig. Het zijn allemaal verhalen die wij hebben mogen vastleggen voor bijzondere personen. Personen die familie en vrienden graag meer inzicht geven in hoe ze geworden zijn tot de persoon die zij hebben liefgehad en gekoesterd.

Het is oprecht een eer om stukjes geschiedenis te mogen delen. Dit keer is het voor ons extra bijzonder omdat het voor het eerst een verhaal van een mannelijk persoon betreft. Tobías deelt met ons één van zijn meest persoonlijke herinneringen. Een verhaal dat begint in het land van de Pizza’s, Prosecco’s en de Speedo: Italië.

Tobías 20e levensjaar

Ik ben reddingszwemmer. Dat wist je nog niet van me, of wel? Ik ben er toevallig ingerold toen ik een paar jaar geleden noodgedwongen met mijn ouders op vakantie ging. Ik had al mijn spaargeld er doorheen gejaagd en had de keuze tussen een zomer lang bankhangen óf met mijn ouders meegaan op vakantie. Je begrijpt het, ik koos voor de vakantie met mijn ouders. De eerste week verveelde ik me stierlijk en begon ik al terug te verlangen naar mijn uitgezakte bank thuis. Ik weet niet hoe dat bij jou werkt maar als ik me zo verveel ga ik altijd onzinnige dingen doen, rondjes over de camping lopen bijvoorbeeld. Alsof er dan op magische wijze iets bijzonders op mijn pad zal komen waardoor alles verandert, zoals een sexy brunette die struikelt over een tegel en daardoor spontaan in mijn armen valt… Helaas spelen dat soort scenario’s zich in de regel alleen af tussen mijn oren. Toch had het lot die vakantie nog iets voor me in petto.

Op de negende dag vroegen mijn ouders mij broodjes te halen bij de campingwinkel (inderdaad, de vakantie was zo saai dat ik het zelfs presteerde om vroeg op te staan). Zeven uur in de ochtend en de camping was nog gehuld in stilte, enkel doorbroken door de zang van een Europese bijeneter en het geklop van een specht. Er stond een licht briesje en daardoor was de ochtend aangenaam koel.
Via de geasfalteerde hoofdweg omringd door pijnbomen, slenterde ik naar de kleine campingwinkel vooraan op het park. Er stonden vijf andere vroege vogels voor me in de rij bij de broodafdeling en dat betekende dus wachten. Omdat het een klein winkeloppervlakte betrof, stonden we bijna tegen de muur. Aan diezelfde muur hadden de camping en ondernemers uit de omgeving pamfletten en bordjes opgehangen om mensen te verleiden tot extra uitgaven. Omdat ik toch niks beters te doen had, liet ik me verleiden om de bordjes en pamfletten te bestuderen. Mijn oog viel op een serie identieke witte pamfletten die in meerdere talen waren opgehangen, er stond een aanbieding op om opgeleid te worden tot strandwacht. En daar was het, mijn problemen leken te verdwijnen als sneeuw voor de zon. Strandwacht leek me te passen, ik was een goede zwemmer en had ooit een EHBO cursus gehad voor mijn werk. Bovendien leken die mannen altijd om te komen in de aandacht van aantrekkelijke, rondborstige en schaars geklede vrouwen. Doe daar de zon, zee en het strand bovenop en het perfecte tijdverdrijf voor mij leek geboren. Ik volgde de opleiding en spendeerde de eerstvolgende twee zomers als reddingszwemmer in opleiding, het eerste jaar aan het zwembad en het tweede jaar als ‘tweede man’ op het strand.

Deze zomer werk ik voor het eerst officieel als strandwacht aan de Italiaanse kust op een schiereilandje nabij Venetië in Italië. Ik zit op strandstoel 34. Ja echt, we hebben allemaal een nummer en 34 is voor mij. Op mijn rood met witte strandtoren van ongeveer 3 meter hoog, heb ik goed zicht op het water. 100 m strand en zee zijn mijn verantwoordelijkheid gedurende 6 uur per dag.
Het is geen lastig seizoen tot zover maar dat hadden mijn collega’s van te voren ook al voorspeld. Mijn stukje strand ligt tussen twee stenen golvenbrekers in en is voornamelijk gevuld met jonge gezinnen. Er wordt weinig alcohol gedronken en jongeren zijn er nauwelijks. Het water staat er laag en er is over het algemeen weinig stroming. De meeste kinderen spenderen hun tijd op dit strand met krabbetjes vangen en zandkastelen bouwen. En de ouders dobberen omstebeurt op een luchtbedje in de zee in de hoop snel bruin te worden zodat ze hun vrienden kunnen imponeren met hun zongebruinde lijven.
Soms ben ik bezig met het herenigen van verdwaalde peuters en overbezorgde ouders en soms met het waarschuwen van mensen die op de scherpe rotsen proberen te klimmen. Dit alles wordt afgewisseld met het verzorgen van een incidentele kwallenbeet of het schoonmaken van een snee die is veroorzaakt door een schelp of rots. De rest van de tijd zit ik op mijn eenzame troon in het midden van het strand.

Vandaag is het uitzonderlijk warm, 37 graden en geen zuchtje wind te herkennen. De warmte werkt beklemmend en het strand is gevuld met mensen die verkoeling zoeken in het zeewater. Het is nu rustiger dan vanmorgen, dat komt waarschijnlijk omdat veel ouders hun kleine kinderen naar de campingplaats hebben gebracht voor het gebruikelijke middagslaapje. Of ze zitten onder de pijnbomen hun broodjes te verorberen zodat ze straks weer met een gevulde buik naar het strand kunnen terugkeren. De lunch zorgt er in ieder geval voor dat ik een beter overzicht heb over het strand en het water. Mijn dienst zit er bijna op, ik ben vanmorgen om 8 uur begonnen en heb nog krap een uurtje te gaan.

Over een half uur komt Marcello mij aflossen.
Marcello is een doorgewinterde strandwacht die dit werk al 15 jaar doet. Hoewel zijn sixpack niet meer te zien is omdat deze verstopt zit onder een dikke speklaag, beschikt hij toch over een ongelooflijk uithoudingsvermogen. Marcello draait de middagshift omdat de middagen een stuk drukker zijn dan de ochtenden. Hij is eraan gewend om overzicht te houden op een afgeladen strand en kent de omgeving hier beter dan menig ander.

Tot dusver is er vandaag bijzonder weinig gebeurd, ik heb alleen de gebruikelijke waarschuwingen afgegeven. Er klimmen elke dag onwetende en naïeve mensen op de rosten die niet stilstaan bij de gevaren daarvan. So far, so good. Als ik wederom een paar keer gefloten heb met mijn fluitje omdat twee kinderen de rosten steeds op blijven klauteren, besluit ik naar de golfbreker aan de rechterzijde te lopen om de kinderen erop aan te spreken. Zuchtend sta ik op en loop ik langs de waterlijn richting de rotsen.

Net op het moment dat ik mijn mond open doe om de kinderen aan te spreken, gaat mijn walkietalkie af (Alle strandwachten hebben een walkietalkie om met elkaar te communiceren bij onregelmatigheden). Dit keer is het een wachter van toren nummer 32. Bij hem staat een vrouw die haar kind en man al een tijdje kwijt is, ze zijn op dat moment al ruim een uur niet meer gezien. Waarschijnlijk zijn ze gewoon de tijd vergeten tijdens het krabbetjes vangen maar we worden allemaal gevraagd om naar een Engelse man van 43 uit te kijken. Hij heeft een voller postuur en is ongeveer 1.80 lang, heeft kort bruin haar en draagt een gele bermuda. De man is samen met een jongen van 5 vertrokken. De jongen is ongeveer 1.18 lang, heeft korte bruine stekels en draagt een spiderman zwembroekje. De vader blijkt Michael te heten en de jongen Brian.

Ik grinnik zacht, mannen zijn nooit goed in het bijhouden van de tijd. Waarschijnlijk zitten ze ergens samen een ijsje te eten en grapjes te maken, zonder dat ze er ook maar notie van hebben dat er ergens een overbezorgde moeder staat te ijsberen. Het is zeker niet de eerste keer dat zoiets gebeurt; automatisch denk ik terug aan de laatste keer dat ik een vrouw haar man de volle lading zag geven op het strand omdat hij weg was gegaan met één van de kinderen zonder het te zeggen. Ik besluit terug te lopen naar mijn toren om vanuit een hogere positie met mijn verrekijker te kijken of ik het stelletje ongeregeld ergens kan ontdekken.

Al voordat ik de toren weer ben opgeklommen valt mijn oog op een jongentje aan de linkerzijde van het strand. Hij staat eenzaam met zijn schepnetje naar het water te turen en lijkt te voldoen aan de afgegeven omschrijving. Ik kan de vader zo snel niet ontdekken maar besluit er toch direct heen te lopen. Voor de zekerheid meld ik de strandwacht van toren 32 dat ik een jongen heb gesignaleerd die aan de omschrijving lijkt te voldoen en dat ik polshoogte ga nemen.

Hey, excuse me but are you by any chance Brian? De kleine jongen draait zich verbaasd om en knikt bevestigend. Hi Brian, my name is Tobías and I am a lifeguard here on the beach. Do you know your mum is really worried about you? So where is your dad? Have you lost sight of him? De jongen schud zijn hoofd en tranen schieten in zijn ogen. Ik kijk hem vragend aan omdat ik niet helemaal begrijp wat hij bedoelt. My dad was right there, he has not come out yet. I don’t understand why he hasn’t come out yet. I want to go back! Ik geef de jongen een bemoedigend kneepje in de schouder. We’ll find your father, don’t you worry. I will let your mother know you are here in the meantime. Terwijl ik mijn collega laat weten dat ik de jongen inderdaad gevonden heb en het verzoek indien om de moeder onze kant op de sturen, kijk ik uit over het water op zoek naar de vader van de jongen. Slechts enkele seconden later word ik gealarmeerd door een gast in het water die mij wijst op iets aan de achterzijde van de linker golfbreker.

Mijn hartslag gaat in de zevende versnelling, ik voel de adrenaline inslaan op het moment dat ik mijn walkietalkie pak en ondersteuning oproep. Op één of andere manier weet ik gewoon dat het foute boel is. In mijn gedachten zie ik de man op de rotsen zitten met een grote wond aan zijn zij, ik probeer die gedachte snel van me af te schudden. Brian, I am going to look for your father in the water. You stay here until mom gets you okay, she is on her way right now. Als vanzelf pak ik mijn reddingsboei en snel ik het water in terwijl ik probeer te voorkomen dat ik de jongen daarmee alarmeer.  Ik voel mezelf door het koele water glijden. Elke spier van mijn lichaam is gespannen, elke spier is  klaar voor actie.

Na 50 meter bereik ik de achterzijde van de golfbreker. Er tekent zich een lichaam af in het water van een man, duidelijk bewusteloos. Ik herken het lichaam al vrij gauw als die van de vermiste man. Snel zwem ik naar hem toe, voel naar een pols en hoop een ademhaling bij hem te ontdekken. De man lijkt echter niet te ademen en zijn pols is zeer zwak. Ik neem hem, de vader, Michael, in de reddingspositie en zwem zo snel mogelijk terug naar de kust. Daar staat ondertussen Marcello al klaar die ik direct het teken geef de alarmdiensten in te schakelen. Uit mijn hoofd weet ik dat het ongeveer 15 minuten zal duren voordat de ambulance ter plaatse zal zijn. De jongen en zijn moeder staan ondertussen als versteend op het strand. De moeder gilt en de jongen huilt maar ik hoor niks. Ik ga deze man niet verliezen, hij blijft leven, dat moet gewoon.

Ik leg de man op het strand en begin direct met het toepassen van eerste hulp. Ik kantel zijn hoofd voorzichtig en hoop wederom op een ademhaling terwijl een andere collega ons de AED kit brengt. Geen ademhaling en dus begin ik met borstcompressies, Marcello neemt onder tussen de beademing voor zijn rekening. 1,2,3,4,5 de tijd lijkt stil te staan. Het heeft geen effect, we wisselen. Nog steeds niks……we beginnen opnieuw aan onze routine. De collega die de kit kwam brengen droogt de man af om de AED aan te kunnen sluiten en brengt de electroden aan op het vrijwel levenloze lichaam.

Er heeft zich een meute verzameld om ons heen, ik ben me er maar half bewust van. Ramptoeristen…..zij hebben de onweerstaanbare behoefte om te kijken naar het leed van anderen. Waarom is er niemand die de scene afschermt met handdoeken? Ik wil er wel wat van zeggen maar dat kan ik niet, er is geen tijd voor. Zijn vrouw staat nog steeds hulpeloos en vol ongeloof toe te kijken, ze is duidelijk in shock. Ze houdt drie jonge kinderen tegen haar middel aangedrukt. De kleine schoudertjes lijken te schokken, ze zijn duidelijk overstuur. Haar moederinstinct zorgt ervoor dat ze wanhopig probeert te voorkomen dat haar kinderen worden geconfronteerd met deze ondenkbare situatie. Omstanders kijken ondertussen naar haar alsof ze een attractie is. Ik prijs de hemel dat ze er zelf blind voor is. Zo had de vakantie niet mogen aflopen voor dit gezin, dit is zo verschrikkelijk fout. Gelukkig weet ik dat er elk moment extra collega’s zullen komen die haar zo goed en kwaad als het kan zullen ondersteunen.

Ondertussen wisselen Marcello en ik wederom van positie, hij de beademing en ik de borstcompressies. We volgen de aanwijzingen op de AED die we hebben ingeschakeld. Er volgt een schok en het lichaam reageert direct maar de pols blijft zwak. Alles gaat als in een roes, de tijd lijkt verdwenen. Het enige wat ik wil is deze man naar huis zien gaan met zijn kinderen en zijn vrouw, dat is alles waar ik nu aan kan denken. Mijn enige doel.

Ergens in de verte hoor ik de ambulance aankomen. Het geluid wordt al gauw gevolgd door drie ambulancebroeders die op ons af komen rennen door het hete zand. Er zijn ruim 15 minuten verstreken sinds ik het levenloze lichaam van Michael uit het water heb gehaald, dit betekent dat er al schade aan de hersenen en de organen is. De overlevingskansen zijn slecht, toch wil ik niet aan de gedachte toegeven dat deze man hoogstwaarschijnlijk terugkeert naar huis in een kist. De broeders nemen het over, ik sta stand-by om af te wisselen als het nodig is. We zullen nog 45 minuten samen met Michael voor zijn leven vechten.

Verdoofd ga ik op een rots zitten. Ik krijg een koude fles water in mijn hand geduwd. Geen idee wie het me geeft maar ik ben ze dankbaar want ik merk dat ik inderdaad dorst heb, het zweet gutst van mijn lijf. Gelaten zie ik het lichaam van de man weer schokken. We vechten voor hem, weet je hoe dat voelt? Om het leven van een ander door je handen te voelen glippen terwijl zijn of haar geliefde alle hoop op jou vestigt? We vechten voor deze man alsof het onze zoon is, onze vader, onze broer of onze vriend. We doen alles wat we aankunnen en meer. Toch is het soms niet genoeg. Na 45 minuten zijn we gedwongen om het tijdstip van overlijden vast te stellen en dekken we de man in stilte af met een wit laken.

Nu komt het gedeelte waar ik het meest tegenop zie; het uitleggen aan de familie dat we genoodzaakt zijn om te stoppen met de reanimatiepogingen omdat er nu teveel schade is aan het lichaam door het gebrek aan zuurstof. Het uitleggen waarom we er het bijltje bij neerleggen, waarom we niet eeuwig door blijven gaan om te vechten voor hun geliefde. Uitleggen dat er geen hoop meer is en dat zij hun vader en partner voor eeuwig en altijd kwijt zijn. Dat ze op vakantie gingen als een volledig en gelukkig gezin en dat ze door ons falen terug zullen komen als een gebroken en incompleet gezin. Voor altijd getekend. Elke keer als er vanaf nu kaarsjes worden uitgeblazen zullen ze worden geconfronteerd met een lege stoel en het gemis voelen van de man die er altijd voor hen had moeten zijn.

Ik voel alsof ik heb gefaald…. we hadden meer moeten doen. Ik had meer moeten doen, had nooit naar die kinderen toe moeten lopen. Als ik op de toren was blijven zitten had ik hem waarschijnlijk eerder gezien. Dan was hij nu misschien lachend van het strand vertrokken, dankbaar voor de extra dag die hem gegeven was.

We zijn allemaal aangeslagen en wachten in stilte op de lijkschouwer. Mijn collega’s voeren de vrouw en kinderen ondertussen voorzichtig weg. Het is ondoenlijk voor ze om nog een uur naar dat kleed te moeten kijken, dat lijden willen we haar en de kinderen besparen. Wij blijven bij het levenloze lichaam, wij wachten. Ook al willen we nu niets liever dan in de kroeg het op een zuipen zetten, naar onze partners gaan voor een knuffel of onszelf door de leegte laten opslokken in al onze verslagenheid.
Wij leggen omstanders uit wat er gebeurd is, bespreken de situatie met de politie en broeders. We ondersteunen de nabestaanden en zorgen ervoor dat de stranden in de tussentijd veilig blijven.
Wij maken een verslag op en wachten, wachten tot we eindelijk weg kunnen om onze eigen wonden te likken. Om ons falen te verwerken en de situatie nogmaals af te spelen in ons hoofd. Hadden we iets anders, beter of sneller kunnen doen?

Het duurt nog een uur en 21 minuten totdat de lijkschouwer eindelijk klaar is met zijn onderzoek. In al die tijd ligt die man daar nog, onder het kleed. Onzichtbaar maar tegelijkertijd zó in beeld. Ik ben kapot, gebroken, helemaal op. Ik besef me dat ik eigenlijk niet zo goed weet waar ik heen moet. Ik loop naar mijn toren en pak mijn tas, haal mijn mobiel uit het voorvakje en toets een nummer in:

Mam, met mij. Hoe is het bij jullie? Ja, fijn. – Stilte-. Mam, kan ik even met je praten?

Deel dit met je netwerk
Tags: , ,