Blokker versus SRM in merkenrecht

Verwijzen naar andere merken

29 jun 2016 Geplaatst door leiderschap, management Geen reacties

Eind April deed de Rechtbank Amsterdam, afdeling Privaatrecht, uitspraak over de door Blokker aangespannen zaak tegen opleidingsinstituut SRM inzake het merkenrecht. De Blokker organisatie stelde in de aanklacht dat SRM het merk Blokker onrechtmatig had gebruikt in een advertentie en dat de organisatie daardoor schade had geleden.

De nadruk voor de rechtbank lag met name op de beoordeling of er inderdaad sprake was van reputatieschade en er een onwenselijke suggestie door SRM was gewekt.

Het ging allemaal om deze advertentie in het Financieel Dagblad:

SRM advertentie Blokker

Zoals te zien valt de naam Blokker in de kolom van organisaties die online niet “hot” zijn. Bovendien wordt het merk geplaatst tussen enkele organisaties die failliet zijn verklaard, zoals de V&D en de Free Record Shop. Deze visuele presentatie wordt begeleid door de zin: “Veel seniors weten te weinig van online marketing af. Zo’n ingewikkeld onderwerp laten ze liever aan juniors over. Is dat verstandig”? Het slotakkoord in de advertentie bestaat uit promotie van de online marketingopleiding van SRM.

Voor een organisatie die momenteel hard aan de weg timmert met de nieuwe formule, is dit een pijnlijke klap in het gezicht die volgens hen de indruk zou kunnen wekken dat de organisatie het water aan de lippen staat.

In vogelvlucht, wat is merkenrecht

Laten we aftrappen met de juridische definitie van merken: merken zijn tekens die worden gebruikt om producten of diensten te onderscheiden.

Volgens de wet kunnen er vijf verschillende merksoorten worden vastgelegd:

  1. Een woordmerk: woorden en/of cijfers. Zoals de naam Apple of 538.
  2. Een beeldmerk: afbeeldingen en logo’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het Heineken-logo met de karakteristieke scheve ‘e’
  3. Een vormmerk: specifieke vormen. Een voorbeeld hiervan is de karakteristieke vorm van de Bh’s van Marlies Dekkers.
  4. Een kleurmerk: herkenbare kleuren die centraal staan in de branding. Zoals de onmiskenbare kleuren van Zwitsal en Nivea.
  5. Een klankmerk: geluiden met een duidelijke merkassociatie. Zoals een speciaal gemaakte jingle tune van bijvoorbeeld Coca Cola.

Eigenlijk komt het er op neer dat het merkenrecht de unieke propositie van merken beschermt. Allereerst om te voorkomen dat organisaties zomaar merken kunnen kopiëren maar ook om te voorkomen dat merken ongecontroleerd gebruikt kunnen worden door derden. Het vastleggen van je unieke kenmerken als merk geeft je de juridische mogelijkheid om enige controle te houden over wat er met je merk gebeurt in de marktarena.

Indien je een merk laat registreren is het gewoonlijk voor gedurende 10 jaar beschermd. Je blijft wel als organisatie zelf verantwoordelijk voor de merkbewaking. Het BBII ( Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom), heeft geen actieve rol in dit proces en heeft dus geen actief beschermend karakter. Daarbij geldt er een verjaringstermijn van 5 jaar bij kennisname van onrechtmatig gebruik.

Is dit inderdaad inbreuk op het merkenrecht van Blokker?

Blokker heeft, net als de meeste organisaties, enkele van haar woordmerken vast laten leggen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom.

Naar de rechtbank voerde Blokker eerder dit jaar aan dat er sprake was geweest van merkinbreuk en dat SRM hiervoor verantwoordelijk was. Hieronder een kleine samenvatting van het verloop van de rechtszaak en het oordeel van de rechtbank:

In April sommeerde Blokker SRM per fax en e-mail de merkinbreuk te staken. Kort na dit voorval heeft SRM op aandringen van Blokker een onthoudingsverklaring getekend waarin de organisatie verklaart zich vanaf dat moment te onthouden van ieder gebruik van het beeldmerk Blokker.

Blokker besluit een stap verder te gaan en eist navolgend een schadevergoeding voor geleden schade. Dit omdat Blokker van mening is dat de advertentie suggereert dat de organisatie onvoldoende kennis heeft van online marketing en dat er bij hen een gebrek zou zijn aan senior adviseurs. Bovendien stelt Blokker dat de advertentie de indruk zou kunnen wekken dat de organisatie zo goed als failliet is. Beide suggesties zijn volgens Blokker feitelijk onjuist.

SRM verweert zich door te vermelden dat zij reeds een onthoudingsverklaring heeft getekend en haalt tevens een grote reeks reeds gepubliceerde artikelen aan van diverse prominente nieuwsbronnen waarin geschreven wordt over Blokker en haar late innovaties op het gebied van online marketing in verhouding tot andere organisaties als Bol.com.

De rechtbank oordeelde inzake deze kwestie dat het niet aannemelijk is dat de lezers van het FD door de advertentie zullen denken dat de online marketeers bij Blokker ondeskundig zijn en achtte het evenmin aannemelijk dat de lezers zullen concluderen dat de Blokker praktisch failliet is. Hoewel de rechtbank wel van mening is dat de advertentie een negatieve betekenis heeft voor de organisatie, kon Blokker niet aantoonbaar maken dat de aantrekkingskracht of het kooplustopwekkend vermogen van het beeldmerk is aangetast door de advertentie van SRM.

De statement dat Blokker achterloopt op het gebied van online marketing werd door de rechtbank niet als onjuist bestempeld op basis van de artikelen die SRM aan de rechtbank heeft overlegd. Ook het kleine percentage omzet van Blokker dat voortkomt uit online activiteiten ondersteunt deze stelling, aldus de rechtbank. Met die redenen werden de vorderingen op grond van het merkenrecht door Blokker door de rechtbank afgewezen.

Het andere argument van Blokker; dat SRM onrechtmatig zou hebben gehandeld door een misleidende advertentie te plaatsen, werd door SRM op basis van de vrijheid van meningsuiting weerlegd.

Bij een dergelijke argumentatie dient de rechtbank te oordelen welk recht er zwaarder weegt: het recht van Blokker om de goede naam te beschermen of dat van SRM om zich kritisch te mogen uiten in het openbaar. Ook in dit geval oordeelde de rechtbank ten faveure van SRM, omdat de advertentie gericht is op de achterblijvende kracht op online gebied ten overstaande van andere organisaties. Blokker bleek niet in staat deze claims te weerleggen en evenmin kon de organisatie inzichtelijk maken of en hoeveel schade Blokker zou hebben geleden door de geplaatste advertentie.

Wat betekent de uitspraak voor andere organisaties?

Allereerst geniet het de voorkeur om toestemming te vragen van een merk indien je hen wenst te gebruiken in een uiting. Ten tweede is het belangrijk dat als jij je kritisch uitlaat over een ander merk, het voornaamste is dat je deze argumenten ook aannemelijk kunt maken (sterk onderbouwen) en dat dit op een redelijke wijze gebeurt ( transparant, controleerbaar, proportioneel, volledig en duidelijk weergegeven). Let op: dit geldt ook bij superlatiefreclames, dus reclames waarbij je op indirecte wijze naar de concurrent verwijst.

Vanuit het andere perspectief gezien betekent dit dat als een derde je merknaam gebruikt in negatieve context, je aannemelijk moet kunnen maken dat de uitspraken niet op waarheid berusten en tevens schade opleveren voor je kooplustopwekkend vermogen en aantrekkingskracht. Ook het misbruik van je merk in “positieve context”, waarbij een ander merk mee tracht te liften op je reputatie kan, indien aantoonbaar gemaakt, reden zijn om je te beroepen op je merkenrecht.

Het gehele vonnis van de rechtbank inzake SRM en Blokker is hier te lezen.


Also published on Medium.

Deel dit met je netwerk
Tags: , , ,